Een betere kijk op studieschulden
11 december 2024
Hoewel lenen een belangrijk onderdeel vormt van het Nederlandse studiefinancieringsstelsel, is het inzicht in studieschulden enigszins beperkt. Daarom heeft het Centraal Planbureau, op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, onderzoek gedaan naar studieschulden, meer specifiek naar definitieve studieschulden. Definitieve studieschulden zijn studieschulden op het moment van het behalen van een diploma of, als iemand geen diploma behaalt, bij het verstrijken van de diplomatermijn van tien jaar.
Om recht te hebben op studiefinanciering moet een student voldoen aan diverse eisen qua opleiding, leeftijd en nationaliteit. Zo moet een student een voltijd of duale opleiding volgen (in het mbo betreft die een bol-opleiding), jonger zijn dan 30 jaar als de studiefinanciering ingaat en de Nederlandse nationaliteit hebben. Is dit laatste niet het geval, dan zijn er aanvullende eisen waar aan voldoen moet worden.
Voor hbo- en wo-studenten bestaat een eventuele studieschuld uit de rentedragende lening en het collegegeldkrediet. Bij het niet behalen van een diploma binnen tien jaar komt daar de basisbeurs, aanvullende beurs en reisproduct bij.
Voor mbo-1 en mbo-2 studenten bestaat een eventuele studieschuld alleen uit de rentedragende lening. De basisbeurs, aanvullende beurs en het reisproduct zijn altijd een gift.
Voor mbo-3 en mbo-4 studenten bestaat een eventuele studieschuld naast de rentedragende lening ook uit de basisbeurs, aanvullende beurs en het reisproduct als ze niet binnen tien jaar een diploma behalen.
Belangrijkste inzichten
Studenten die geen diploma behalen, hebben aanzienlijk hogere schulden dan studenten die wel een diploma behalen. Een verklaring hiervoor is dat studenten zonder diploma de ontvangen prestatiebeurs binnen de studiefinanciering moeten terugbetalen (met uitzondering van mbo-1 en mbo-2 studenten). Studenten met een diploma hoeven dit niet terug te betalen.
De studieschulden onder mbo-studenten zijn aanzienlijk lager dan onder hbo-en wo-studenten. De gemiddelde studieschuld voor een mbo-3/4 student die een diploma heeft behaald na vier jaar is €900, terwijl deze voor een hbo- of wo-bachelor student gemiddeld €6300 of €12.500 bedraagt. Daarnaast zijn er binnen het mbo relatief meer studenten zonder studieschuld dan binnen het hbo of wo.
Studenten die langer studeren bouwen gemiddeld een hogere studieschuld op. Dit geldt voor alle opleidingstypes en zowel voor studenten die een diploma behalen binnen tien jaar als studenten die dat niet lukt.
De studieschulden in het hbo en wo zijn toegenomen na invoering van het leenstelsel in het studiejaar 2015/2016. Hbo- en wo-studenten die in studiejaren 2015/2016 en 2017/2018 aan een studie zijn begonnen blijken vaker te leven dan studenten die eerder zijn gestart. De studenten die leenden hebben bovendien hogere studieschulden opgebouwd.
De spreiding in de hoogte van de studieschuld is groot binnen de groep hbo-en wo-studenten die heeft geleend en ongeveer even lang heeft gedaan over het behalen van een diploma. Zo leende 75% van de wo-masterstudenten uit studiejaar 2015/2016. Van deze groep heeft 25% een studieschuld van €15.600 of lager en 25% een studieschuld van €47.000 of hoger.
Studenten van wie de ouders minder inkomen en vermogen hebben, hebben gemiddeld genomen een hogere studieschuld. Dit houdt in dat een lager ouderlijk financieel welvaartniveau samenhangt met een hogere studieschuld. Met name onder hbo- en wo studenten zijn de verschillen groot en nemen toe naarmate studenten langer studenten.